Verkleinwoorden… je hoort ze te pas en te onpas tegenwoordig. Af en toe is dat gebruik terecht, maar vaak – meestal – is dat onterecht.

5 redenen waarom je verkleinwoorden waar mogelijk best mijdt.

1. Verkleinwoorden komen denigrerend over

Een van de situaties waarin heel vaak verkleinwoorden gebruikt worden, is in de verzorging. Verpleegkundigen en bejaardenhulpen lijken er helemaal verslaafd aan. “Zal ik je dan helpen om naar het toiletje te gaan, Mariaatje?”, “Heeft het ontbijtje gesmaakt, Cezarke?” of “Zal ik je pyjamaatje helpen aandoen, Georgeke?”

Is het een goed bedoelde manier om een pijnlijke situatie lichter en minder erg te maken?

Of is het een onbewuste manier om mensen in een kwetsbare situatie ietwat denigrerend te behandelen? Alsof mensen niet voor vol worden aanzien. Vooral bij bejaarden – die vaak een rijk en goedgevuld leven achter de rug hebben en nu van hun oude dag kunnen ‘genieten’ – vind ik dat fenomeen telkens opnieuw stuitend.

Zou je bijvoorbeeld aan je baas vragen of je hem kan helpen met zijn jasje? En of hij zijn agendaatje voor het vergaderingske al klaar heeft? Niet dus! Al zou ik wel graag eens een vlieg op de muur zijn in zo’n situatie.

2. Verkleinwoorden doen afbreuk aan de dienst die je levert of het product dat je aanbiedt

Een tijdje geleden bezocht ik op de zoveelste bouwbeurs toen ik een verkoper op een stand hoorde zeggen “Zal ik dan een offerteke opmaken voor uw keukentje, mevrouwke?” De toch eerder rijzige mevrouw in kwestie bleef er rustig bij en antwoordde bevestigend. In haar plaats zou ik gewoon terstond zijn opgestaan met de melding “In een kleine offerte kan ik me vinden, maar dat u mij en mijn keuken tekort doet, dat is erover.” Om vervolgens zonder omkijken weg te stappen. Want zeg nu eerlijk, wil je zaken doen met iemand die je niet voor vol aanziet?

3. Hoe goedbedoeld ook, verkleinwoorden komen betuttelend over

Als een oogarts zegt “Zal ik dan wat druppeltjes in uw oogje doen?”, dan vraag je je als volwassen mens toch af tegen wie hij het in godsnaam heeft. Een snelle scan van de praktijkruimte leert je dat er geen kind aanwezig is en dat hij het wel degelijk tegen jou heeft. Het is ondertussen toch wel al 30 jaar geleden dat iemand die kijkers van jou als ‘oogjes’ omschreef, dus vraag je je af of die oogarts zelf geen brilletje nodig heeft…

4. Gezellig wordt al gauw kneuterig

Wanneer je één verkleinwoord in een zin gebruikt, dan kan je daar misschien nog mee weg komen, maar zodra er drie of meer (!) verkleinwoorden in één zin staan dan vragen je toehoorders zich af of ze bij de kaboutertjes beland zijn.

Weg gezelligheid, hallo kneuterigheid, met alle irritatie vandien.

5. Minimaliseren of verhullen is nooit een goed idee

Je zegt dat je bijvoorbeeld een ‘ongelukje’ had, terwijl je auto in realiteit total loss is en je een revalidatie van enkele maanden wacht. Wel, dat is een ongeluk, in mijn woordenboek. Een ‘ongelukje’ associeer ik met een totaal onschuldig voorval zonder gevolgen, zoals het morsen van een kop koffie op je lievelingsblouse. Zaken mogen gezegd worden zoals ze zijn, door te minimaliseren doe je jezelf en anderen te kort.